Ik zweef, jij zweeft, wij zweven.

Iets met wierook ofzo

‘Realiseer je wel eens dat hoe verder je gaat, de terugweg steeds moeilijker zal zijn? Realiseer je dan ook dat je beter niet aan een terugweg kan beginnen, maar gewoon door moet gaan met het gene waar je al die tijd mee bezig bent? Of een nieuwe start moet beginnen? Geen terugweg. Geniet na van le jour d’avant.’ Nog voordat ik het laatste woord heb uitgesproken zegt een vriendin tegen me: ‘Eigenlijk ben jij een zweefteef’. Ik een zweefteef? Een teef die zweeft? Deze term zette mij aan het denken. Ik stel mezelf voor in een gebreide regenboogtrui met tientallen kralenkettingen om mijn nek, geitenwollen sokken in sandalen. Vergeet de wereldwinkel niet. Of opgestoken rode krullen. Wat is een zweefteef nou eigenlijk?

Tijd voor research

Zweefteef (de ~ (v.), ~ ven): Een vrouw met een slecht karakter die haar mogelijkheden niet kent. Maar ook: (scheldwoord, vulgair) Een vrouw met zweverige, vage of onduidelijke denkbeelden en interesses. In Zuid-Afrika is dit de meest gangbare term voor een stewardess. Ja, ik brand geurkaarsen totdat je bijna high kan worden van de geur, ik droeg een helende bergkristal om mijn nek, en ja: ik heb standaard een Boeddhabeeld in mijn tas voor goed geluk. Daarnaast kan ik nog eindeloos fantaseren over het ‘nu’, draai ik vaak ‘new age’ muziek en vraag ik me af waarom wij op de wereld zijn. Maar ik ben geen zweefteef.. Toch?

 

Crap! Ze heeft me gewoon zojuist uitgescholden voor een stewardess met een slecht karakter en zweverige denkbeelden! Lang leve onze Nederlandse taal!