Gisteren kwam vriendin E. eten. Wij beschouwen onszelf als hoogwaardige chef-koks. Geef ons je leftovers en wij zetten op geheel eigen wijze een nieuwe creatie op tafel. Snufje zout, beetje peper, misschien wat sojasaus en klaar.

Chef in eigen keuken

Geef mij een oven en ik ben jouw chef-rôttiseur. Wij zouden gisteren een heerlijk maal bereiden. Zalmmoot, aardappeltjes en broccoli, daar draaien wij onze hand er niet voor om. Terwijl ik de tafel aan het dekken was verdween vriendin in de keuken. Na vijf minuten kwam ze met de mededeling: ‘Claire, die zalm, ik snap er niks van, vertrouw hem wel aan jou toe!’ Ik moet eerlijk bekennen, vis en ik zijn niet de beste vrienden. Ik blijf het moeilijk vinden. Of het is te droog, of het is te rauw.

Daar draaien wij onze hand niet voor om

Vol overgave stonden we samen te koken. Een kleine vijftien minuten later en elke spatel, garde en opscheplepel die er in de wijde omtrek te vinden was, werd gebruikt. Elke pan, deksel of pot werd ingezet. De zalm lag, zoals een echte vis betaamd, te zwemmen. In een dikke laag boter en olie. Gefrituurde zalm zou een betere benaming zijn. De aardappelpartjes waren getransformeerd in kant-en-klare aardappelpuree. De opmerking in het verleden van mijn oud-huisgenoot, ‘Je hebt wel eens slechter gekookt’, viel op zijn plek. Deze zalmmoot was mijn keiharde realiteit. Twintig minuten later. Slappe lach, minuscule stukjes bruine zalm en boterzachte aardappels. Maar wat hebben we genoten. De broccoli was heerlijk.