Buiten was het twintig graden, en ik zat in de trein.

Like a thriller

Het laatste traject tot mijn eindbestemming en ik moest nog anderhalf uur. De trein was overvol. Laatste plek, in een vierzits tegenover een griezel. Om de tijd te doden pakte ik een boekje erbij en begon met lezen. Na een kleine tien minuten voelde ik me ongemakkelijk. Zacht uitgedrukt. Mijn nekharen gingen overeind staan, en ik trok mijn literatuur tot over mijn neus. Voorzichtig keek ik over de rand van mijn boek naar de man. Hij zat gebiologeerd naar mij te kijken. Snel keek ik weg en probeerde ongestoord door te lezen. De rest van de reis voelde ik zijn ogen priemen.

Meisje…meisje!

Hij keek wanneer ik niet keek. Daar zat ik dan, in een overvolle trein, geen andere plaatsen, ontzettend warm en noodgedwongen tegenover een gluurder. Een uur lang hebben er allerlei rampscenario’s in mijn hoofd afgespeeld. Zou hij me iets aan doen, neemt hij me mee naar huis en ben ik jarenlang vermist? Mensen zouden me zoeken maar zonder geluk. Ik zit in zijn kelder, onder de grond. Toen gebeurde het. Hij sprak me aan. ‘Meisje, kijk eens!’ Stilte. ‘Meisje, mag ik je iets laten zien?’ Hij heeft het tegen mij, want om mij heen zitten mannen. Ik wil niet naar zijn ondergrondse hut. Ik wil niet leven op water en brood. Paniek. Ik kijk op. Ik zie nu pas dat hij een tablet in zijn handen heeft en hij draait het om. Hij laat een tekening zien van een jonge vrouw met daarbij hartjes, sterretjes en met de tekst: ‘Ondzettent mooi’.

Smaken verschillen

Ik heb mezelf altijd beschouwd als beroepsprater. Er gaat geen moment voorbij dat ik mijn mond niet opentrek en de buitenwereld mijn mening vertel. Maar deze treintekenaar heeft mij met zijn kunstwerk het zwijgen opgelegd. Zelfs het feit dat hij de D en T in de zin erboven heeft omgedraaid geeft mij geen enkele inspiratie voor een antwoord. Ik kijk namelijk recht in mijn eigen gezicht. En daar word ik ontzettend stil van. Sprekend mijzelf. Gluurder is erg vriendelijk en wil het kunstwerk wel naar mij opsturen, maar ik durf mijn e-mail niet te geven. Ik schrik een beetje van mijn vooroordelen. Wat kan je mensen toch verkeerd inschatten. Niet alleen ik, maar hij gaat hier ook de mist in. Hij moest eens weten dat ik anderhalf uur lang dacht dat hij mijn kidnapper was. Ik ben niet ‘Ondzettent’ mooi, en kennelijk al helemaal niet van binnen.